Morele Moed
Ter voorbereiding van de masterclass “Assertieve zorg en netwerkpsychiatrie” van Katrien Jordaens, die deel uitmaakt van de opleiding tot Herstelondersteunende in de Geestelijk Gezondheidszorg, stuurde ze ons een essay door over morele moed.
Zowel dat essay als de masterclass zelf, deden me geloven in de goedheid van mensen, in de schoonheid en het belang van moed, én dat wijsheid en moed groeien door samen te reflecteren.
Maar wat is moed eigenlijk? Is het alleen lef, branie of dapperheid, die in het essay gezien wordt als warme moed, wat staat voor een soort reflexmatige, spontane actie? Is het zoals het Cambridge-woordenboek zegt, ‘het vermogen om je angst onder controle te houden in een gevaarlijke of moeilijke situatie?’ Of mag het ook in dit geval wat meer zijn, mag het breder bekeken worden? Ja. Graag.
Ik was zo dankbaar om in het essay te lezen dat moed reflectie vraagt, dat het vereist om goed met de eigen angst om te gaan. Ja. Dat. En meer. In mijn leven en mijn werk ben ik grote voorstander van ruimte geven aan emoties, of het nu angst is of boosheid, verdriet of vreugde … Als we bij onze emoties durven en kunnen zijn, als ze gevoeld kunnen worden, ervaren worden, erkend worden, ontstaat van daaruit de draagkracht voor beslissingen die genomen moeten worden. Het interessante of ietwat uitdagende voor heel wat mensen is dat het al moed vraagt om bij de eigen emoties aanwezig te kunnen zijn, om ze toe te staan en ruimte te geven … om van daaruit nieuwe moed te voelen ontstaan om te doen wat gedaan moet worden in moeilijke momenten of kritieke situaties. Dat is zo in de psychische zorg én in het leven zelf, voor ieder van ons.
Gelukkig is zowel voelen als moedig zijn iets wat we kunnen oefenen. Individueel en samen. We zijn als zintuigelijke wezens, als mensen met zenuwstelsels, perfect uitgerust om te voelen en fijngevoelig te zijn. Om een liefdevolle en aandachtige observator te leren zijn van wat zich afspeelt, bij al wat beweegt en leeft in onze innerlijke wereld. Dat oefenen, daarin beter worden voor onszelf, doet ons met andere ogen kijken naar de gevoelens en gevoeligheden van onze medemensen. Ik geloof echt dat wanneer we méér in verbinding zijn met onze eigen binnenwereld, wanneer we onszelf meer en vollediger kunnen omarmen en accepteren, dat we ook beter in staat zijn om dat met anderen te doen. Dat wanneer we milder zijn voor en met onszelf dat we ook milder kunnen zijn voor anderen. Dat wanneer we zelf groeien in moedig zijn, we beslissingen durven nemen waardoor we anderen een stukje van onze moed en ons vertrouwen cadeau doen. Voelen en moedig zijn verrijkt ons leven, of dat is hoe ik het ervaar. Ik lees in het essay dat moedig handelen bijdraagt aan zelfrespect, zelfontplooiing en vitaliteit. Ja. Ook dat kan ik echoën.
De casussen die we gepresenteerd kregen, deden me geloven in de goedheid van de (meeste) mensen. Katrien Jordaens vertelde hoe de ervaring haar leerde dat het belangrijk is dat hulpverleners het mandaat durven en mogen nemen om buiten de lijnen van hun eigen opdracht te kleuren. Ook dat vraagt moed. En soms gaat die hand in hand met eigenzinnigheid en eigenwijsheid. Edmondson, die geciteerd wordt in het essay, zegt daarover, “Als je dappere daden van mensen verwacht leg je de last bij individuen, zonder de omstandigheden te creëren waarin de kans bestaat dat aan die verwachting wordt voldaan.”
Als er van medewerkers in de geestelijke gezondheidszorg wordt gevraagd om moedig te zijn, is het dus helpend dat het team of de leidinggevende achter die moedige mensen staan. Al vragen sommige situaties, zoals één van mijn klasgenoten getuigde, ook moed van een individu om ergens voor te durven gaan zonder zeker te zijn van die ruggensteun. Waarbij het nog steeds kan dat de leidinggevende achteraf erkenning geeft voor die moed en de medewerker steunt in zijn/haar/hun beslissing.
In de namiddag deden we een supervisiesessie, oefenden we met ‘het oor van de cliënt’ en een ‘reflectieteam’; daarin bleek heel helder dat we samen altijd zoveel meer weten dan alleen. En dat wanneer we onszelf en elkaar durven bevragen, dat we dan groeien in wijsheid, inzicht én moed. Dat er van daaruit gedragen beslissingen ontstaan en – deze term kende ik nog niet - zogenaamde koude moed, die weloverwogen en eerder reflectief is. Maar die koude moed komt mijns inziens wel voort uit het samengaan van denken en voelen, van warme harten die kloppen voor rechtvaardigheid en menswaardigheid.
Op de trein terug naar huis schieten een paar quotes door mijn hoofd, die perfect passen bij deze masterclass. Het zijn ook goeie reminders om op kleefbriefjes te hangen op de koelkast of spiegels hier en daar. Eentje komt van Brené Brown, die zegt “Courage starts with showing up and letting ourselves be seen”, moed begint met aanwezig zijn en onszelf laten zien. De andere quote is er één van Anaïs Nin, “Life shrinks or expands in proportion to one’s courage”, het leven krimpt of expandeert, afhankelijk van onze moed.
Ik wens jou en mij en ons allemaal de moed om het leven ten volle te leven, om moedige beslissingen te durven nemen waar nodig. En ik wens ons allemaal een goed ontwikkeld voelvermogen, omdat het er mee voor zorgt dat we in dit leven kunnen navigeren met een goed werkend moreel en ethisch kompas.